Docent vindt smartphone verrijking

Een meerderheid van de docenten in het voortgezet onderwijs vindt de inzet van de smartphone voor onderwijsdoeleinden een verrijking voor het onderwijs. Tegelijkertijd merkt een meerderheid van de docenten in het voortgezet onderwijs een negatieve invloed op de schoolprestaties door social mediagebruik van leerlingen.

Dit zijn de uitkomsten van een onderzoek uit november 2017, verricht onder 1.318 docenten in het voortgezet onderwijs. Het onderzoek is uitgevoerd door DUO Onderwijsonderzoek & Advies.

Verrijking voor het onderwijs

54% van de respondenten ergert zich aan het smartphonegebruik, tegelijkertijd vindt 51% de inzet van de smartphone voor onderwijsdoeleinden een verrijking voor het onderwijs. 38% vindt dat de smartphone nog te weinig wordt ingezet voor onderwijsdoeleinden (t.o.v. 34% oneens) en is 36% van mening dat zij dankzij het gebruik van de smartphone beter aan kunnen sluiten bij de belevingswereld van jongeren (t.o.v. 32% oneens).

De meest genoemde positieve gevolgen van het gebruik van sociale media door leerlingen zijn:

  • Communicatie is sneller.
  • De smartphone kan gebruikt worden tijdens de lessen om bijvoorbeeld informatie op te zoeken.
  • De Engelse vaardigheden van de leerlingen verbeteren door het gebruik van sociale media.
  • Leerlingen zijn beter op de hoogte van het nieuws.
  • Digitale vaardigheden nemen toe.

Aansluiten bij belevingswereld

Wanneer we de antwoorden op deze stellingen van docenten PrO/vmbo vergelijken met de antwoorden van docenten havo/vwo, valt op dat docenten PrO/vmbo op meerdere punten positiever tegenover de educatieve mogelijkheden van de smartphone staan. Zo zijn zij het vaker (helemaal) eens (41%) dan (helemaal) oneens (27%) met de stelling dat zij dankzij het gebruik van de smartphone beter aan kunnen sluiten op de belevingswereld van jongeren, terwijl docenten havo/vwo het hier juist vaker (helemaal) mee oneens zijn (38%) dan (helemaal) eens (32%). Verder zijn zij wat vaker van mening dat de inzet van de smartphone voor onderwijsdoeleinden een verrijking is voor het onderwijs (55% versus 47%) en vinden zij tevens vaker dat de smartphone nog te weinig ingezet wordt voor onderwijsdoeleinden (41% versus 34%) ten opzichte van docenten havo/vwo.

Verschil jongere en oudere docent

Docenten van 55 jaar of ouder staan op meerdere punten negatiever tegenover de educatieve mogelijkheden van de smartphone t.o.v. de andere leeftijdsgroepen. Zo zijn zij het, in vergelijking met de andere leeftijdsgroepen, het minst vaak (helemaal) eens (42%) met de stelling dat de inzet van de smartphone voor onderwijsdoeleinden een verrijking is voor het onderwijs. Onder de andere leeftijdsgroepen bedraagt dit percentage minimaal 53%.

Zorgen over gebruik social media

Driekwart van de docenten vindt dat leerlingen te veel tijd besteden aan sociale media. Aan de docenten die vinden dat hun leerlingen er (te) veel tijd aan besteden, is gevraagd of zij zich er zorgen over maken. Dit blijkt voor 93% van deze docenten het geval te zijn: 40% maakt zich grote zorgen, 53% maakt zich enigszins zorgen. Dit komt neer op 87% van de totale groep respondenten. Docenten van 55 jaar of ouder maken zich vaker dan gemiddeld grote zorgen over de hoeveelheid tijd die hun leerlingen aan sociale media besteden (50%), terwijl de jongste groep docenten (21-35 jaar) zich hier het minst vaak grote zorgen over maakt (hoewel dit alsnog geldt voor 30% van hen).

De meest genoemde specifieke zorgen van docenten zijn:

  • Leerlingen zijn ontzettend snel afgeleid en kunnen zich slecht concentreren.
  • De tijd die aan sociale media besteed wordt gaat ten koste van slaap en studie.
  • Er is steeds minder persoonlijk contact.
  • Verslaving.
  • Belangrijke vaardigheden gaan achteruit.
  • Sociale druk, fear of missing out (FOMO).
  • De eigenwaarde van jongeren gaat achteruit.
  • Er wordt veel gepest op de sociale media.
  • Sociale media zijn niet per se slecht, maar de hoeveelheid tijd die eraan besteed wordt wel.

Vooral afgenomen concentratievermogen (77%) en afgenomen oplettendheid in de les (68%) wordt vaak herkend, maar ook onrust in de lessen (46%) en het niet op tijd af hebben van huiswerk (42%). Van de docenten heeft 24% de indruk dat het aantal zittenblijvers op hun school is toegenomen en 22% dat de eindexamenresultaten op hun school zijn verslechterd, mede door het gebruik van sociale media.

Ga naar de onderzoeksresultaten